Misten en waaien

XII 06 NP ZK  Kraansvlak 2020 DSC_2679.b.web..jpg

Het mistte en het woei; een voor mij onbekende, nieuwe combinatie. Windstilte hoort bij mist, dacht ik mijn leven lang. Maar het mistte en het woei. En het vroor ook nog, overigens. De gevoelstemperatuur was nog veel verder onder het vriespunt gezakt. Rijp omringde bladeren en takken. Vingers en tenen sloegen wit uit. Mijn adem bleef even als een wolkje hangen. Aerosolen dansten mijn lichaam uit. Solitaire bomen doemden op uit de loodgrijze leegte. De kleur had de wereld verlaten.

Er veranderde iets: het mistte, het woei én het dooide. Het hielp niet voor mijn afgestorven vingers en tenen. Mijn adem bleef tastbaar. Er was een moment waarop dat wat we mist noemen overging in dat wat we gewoonlijk motregen noemen. Probeer dat moment maar eens vast te stellen. Dat lukte me niet. Het was er opeens, de motregen. Hé, het motregent, dacht ik, terwijl het zojuist nog mistte. Die overgang had ik gemist.

Vorige
Vorige

Een oerbos maken

Volgende
Volgende

Kerven